#200033
#Opleiding #Toerisme

Waar komen plaatsnamen vandaan? Inleiding tot de toponymie voor reisleiders en gidsen.

Omschrijving

Inleiding tot de (Vlaamse) toponymie

Al sinds onheuglijke tijden geven mensen namen aan de plaatsen uit hun dichte of verdere omgeving. Plaatsnamen of toponiemen zijn vaste verwijzers naar plekken in het landschap, ze maken het de mens mogelijk zich te oriënteren in de ruimtelijke wereld. Voor het moderne taalgevoel zijn plaatsnamen net zoals alle eigennamen betekenisloze etiketten: bij het gebruik van bijv. de namen Gent, Drongen of Lovendegem vragen we ons geen ogenblik af of daar betekenisdragende woorden achter schuilen. We denken alleen aan die ene stad of die ene gemeente, die nu eenmaal zo heet.

Toch gaan al onze plaatsnamen terug op elementen uit de gewone woordenschat die gangbaar was op het moment van hun ontstaan. Namen waren dus ooit zinvolle, beschrijvende uitdrukkingen. Naamsverklaring houdt in dat we de woorden en woorddelen waaruit de naam is opgebouwd identificeren en op die manier doordringen tot de oorspronkelijke (of 'etymologische') betekenis van de naam. Die bevat informatie over de plaats zelf op het moment van de naamgeving. Vandaar dat toponiemen niet alleen taalkundigen interesseren, maar ook historici. Voor de bewoningsgeschiedenis in de oudste tijden vormt de toponymie tezamen met de archeologie veelal de enige kennisbron.

Toponiemen verklaren is geen gemakkelijke opdracht want ze zijn veelal erg oud en ze bevatten woordmateriaal uit historische taalstadia, die vaak erg ver van het moderne Nederlands verwijderd liggen. De moderne naamsvorm is dan ook dikwijls misleidend. De naam Zomergem heeft niets te maken met het zomerseizoen. In Bellingen en Schellebelle rinkelden niet méér bellen dan elders, Haasrode heeft niets met hazen te maken evenmin als Biervliet en Bierbeek met het geestrijke nat en Denderwindeke verwijst noch naar de wind, noch naar een “eek” of eik.

Om tot een enigszins betrouwbare verklaring te komen, moet je dus uitgaan van de oudste vormen van de naam, zoals die in historische documenten zijn opgetekend.

De lezing is een historische verkenning van de verschillende plaatsnaamtypes in onze streken, vanaf de voorhistorie tot in de late middeleeuwen. Het verhaal wordt rijk geïllustreerd met voorbeelden uit Vlaams-België in het algemeen en de streek van het oude Graafschap Vlaanderen in het bijzonder.

Voor wie is deze opleiding bestemd?

Voor reisleiders en gidsen (ook in opleiding), medewerkers musea & publiekswerking, toeristische diensten, reisorganisatoren en welkom aan elke geïnteresseerde in geschiedenis, cultuur en muziek in het bijzonder!

Programma

Professor emeritus Magda De Vos komt een lezing geven over 'de herkomst van onze plaatsnamen'.

De toponymie of plaatsnaamkunde is een boeiende materie die voor elke reisleider of gids zeer bruikbaar is. Iedere heemkundige, lokale gids of inwoner kent wel de etymologische verklaring van zijn of haar eigen gemeentenaam. Maar ken je ook de betekenis van de naam van je buurdorpen, of ben je wel eens benieuwd naar de herkomst van een merkwaardige plaatsnaam die je tegenkomt?

Ben je geprikkeld door deze inleiding? Kom dan zeker luisteren op zaterdag 14 maart!

We starten om 13.30 uur en eindigen tegen 17 uur ten laatste (met een korte pauze halverwege).

Deze speciale lezing wordt aangeboden in het kader van de reisleider opleiding bij Syntra West campus Roeselare en staat open voor elke geïnteresseerde!

Op 14 maart is infodag bij Syntra West. Je kunt doorlopend tussen 10 en 16u info krijgen over de opleiding 'reisleider en gids' en de bijhorende specialisaties, alsook over alle andere opleidingen.

Prijsinfo

10% korting voor de leden van de VZW Reisleiders Vlaanderen, War and remembrance VZW en afgestudeerde Reisleiders en gidsen van Syntra of reisleiders en gidsen in opleiding bij Syntra.

Prof. Dr. Magda Devos is ere-professor van de Universiteit Gent.

Voor haar pensioen was ze hoofddocent in de Nederlandse taalkunde en gaf ze les aan de studenten in de opleiding Nederlands. Ze doceerde verschillende vakken, o.m. Nederlandse grammatica, historische grammatica, dialectologie en naamkunde. Haar onderzoek betreft voor een groot deel de Vlaamse dialecten. Ze promoveerde in 1990 tot doctor met een proefschrift over de benamingen van het bouwland in de Vlaamse dialecten vanaf de oudste geschreven bronnen tot heden. Dat werk is ook als boek uitgegeven.

Ze was jarenlang de projectleider van het Woordenboek van de Vlaamse dialecten, dat aan de universiteit van Gent wordt samengesteld door een team van redacteuren, en waarin de woordenschat van West-, Oost-, Frans- en Zeeuws-Vlaanderen wordt verzameld. Dat woordenboek verschijnt in afleveringen (al 26 tot nu toe). In 2005 publiceerde ze bovendien tezamen met Reinhild Vandekerckhove bij Lannoo (Tielt) een boekje over het West-Vlaams. Ook is ze mede-auteur van de Syntactische atlas van de Nederlandse dialecten, een Vlaams-Nederlandse publicatie waarin de dialectische verscheidenheid in de zinsbouw wordt beschreven.

Daarnaast verricht ze ook onderzoek naar plaatsnamen of toponiemen. Ze publiceerde verschillende dorpsmonografieën over plaatsnamen in het Meetjesland (= het noordwesten van de provincie Oost-Vlaanderen). Ze is ook één van de auteurs van het in 2010 bij het Davidsfonds verschenen boek De Vlaamse gemeentenamen, een verklarend woordenboek. Daarin nam ze de verklaring van de Oost-Vlaamse gemeentenamen voor haar rekening.